Zweden-Noorwegen Fietsvakantie 1991

[naar de index]


 

Klik op de kleine foto's voor meer detail 


Begin juni is het besluit gevallen: dit jaar ga ik op fietsvakantie. Ik beschik nu over een nieuwe Cannondale ST 800 randonneur (aanschafdatum november 1990). Na een tijdje passen en meten heb ik uiteindelijk een goede zitpositie gevonden, maar nu moet de bestemming nog gekozen worden. Een fietsvakantie vereist een zeer goede voorbereiding, maar sommige organisaties kunnen het van plaats naar plaats trekken veraangenamen. Een van die organisaties is Cycletours (CT). Je bagage wordt vervoerd, waardoor je je in principe niet meer druk hoeft te maken hoeveel je meeneemt, het vervoer naar de bestemming is ook geregeld. 

De organisatie is dus bekend, nu de bestemming nog. Na veel wikken en wegen trekt het hoge noorden mij wel en valt de keus op Zweden en met name Noorwegen. De periode en de route is perfect: de terugkomst van de reis is precies voor de berg etappes in de Tour de France gepland; in juni zijn er relatief gezien weinig muggen en er is vooral in Zweden een goede kans op mooi weer; het vlakke gedeelte van Zweden geeft een mooie gelegenheid om in te fietsen voor de zware Noorse bergen. De oorspronkelijke route verloopt met de boot van A'dam naar Göteborg en terug met de boot van Bergen naar A'dam. De bootverbinding Amsterdam-Bergen is dit jaar echter opgeheven en na een telefoontje naar CT krijg ik de nieuwe route: met de fietsbus naar Denemarken, daar met de boot naar Göteborg, minder dagen fietsen in Zweden, meer in (zuid) Noorwegen en terug vanuit Oslo met de boot naar Denemarken en vervolgens weer met de fietsbus naar Nederland. 

Na wat medische strubbelingen, fietscomputer problemen en slecht weer waardoor de gehele training de mist in schiet, bel ik donderdag CT op omdat ik de reispapieren nog niet ontvangen heb. Per express-post krijg ik ze nog diezelfde middag. Het vervoer naar de plaats van bestemming is echter nu gewijzigd: met het vliegtuig naar Göteborg en terug eveneens per vliegtuig vanuit Oslo naar Schiphol. De reistijd is bekort, maar de fiets moet wel per vliegtuig vervoerd worden! 

Zaterdag 22 juni 1991

Na het inpakken en wegen van de spullen om beneden de bagagelimiet van 25 kg (aanvankelijk 20 kg) te blijven word ik weggebracht naar Schiphol. De groep is makkelijk te herkennen aan de grote hoeveelheid fietsen: Sebastiaan met een ligfiets (M5 met grip-shifts en SPD pedalen), Niels met een ATB (Merida alu Shimano 500 Exage afgemonteerd met semi-slicks), Petra met een grijze Peugeot (net zo een als mijn oude fiets: met Simplex derailleur en zonder bergverzet), John met een Raleigh uit 1973 met tien versnellingen en recht stuur, Wouter met een Van Tuyl racefiets, Henk met een mooie Pinarello, Ria met een aluminium Alan, Ed met een Hybride Koga Miyata Cityliner, Willem met een Raleigh racefiets, Arend met een Batavus Champion Special met drie bladen voor, Rene met een Union Randonneur, Pieter met een Gazelle Ventoux en Cathy zonder fiets (huurfiets). Na een uur komt pas een medewerker van CT, maar we nemen de tijd om de fietsen goed in te pakken met dozen en piepschuim. Bij het inchecken blijken de meeste tochtgenoten een zwaar overgewicht te hebben (tot wel 50 kg). Ik heb zelf slechts 23 kg bij me omdat mijn handbagage naar het maximale gewicht van 12 kg is opgevoerd. Dit levert extra vertraging op waardoor Cathy bijna het vliegtuig mist. Er is zodoende geen tijd meer voor een kijkje in de Tax-free shops en we gaan direct naar de douane. Deze instantie blijkt gas vulpatronen voor lekke banden niet toe te laten wegens het ontploffingsgevaar. Niels moet ze daar achter laten en kan ze pas aan het eind van de reis weer ophalen. Na een voorspoedige vlucht met een tussenlanding en een stop van twee uur op een benauwd Kopenhagen komen we aan op vliegveld Landvetter te Göteborg. Daar blijkt de slaapzak van pechvogel Cathy niet aangekomen te zijn (pas na vier dagen in Torsby komt deze op de juiste plaats terecht). Op het vliegveld is vanwege het midzomernacht feestweekend alles dicht zodat ik geen geld kan halen. Buiten staan de reisleiders Ronnie en Margriet te wachten. De fietsen worden in het KAV autobusje (Kan Alles Vervoeren) geladen en wij nemen de vip-taxi naar de camping. Donkere wolken trekken onderweg de hemel dicht en het begint zachtjes te regenen. Aangekomen bij de camping staat de luifel al reeds opgesteld, zodat we niet op de grond hoeven te zitten. CT verzorgt zijn reizigers goed: er zijn houten banken en tafels overdekt met een plastic zeil zodat de fietsers perfect tegen regen en te veel zon beschermd worden. In een droge periode zetten we snel onze tentjes op en monteren we de fietsen. 

Zondag 23 juni 1e etappe Göteborg - Uddevalla (109,2 km)

Om half acht ben ik na een onrustige nacht opgestaan, want ik heb slechts drie uur kunnen slapen. Dit wordt veroorzaakt door Zweedse nachtbrakers die feest vieren vanwege de midzomernacht, eenden die vlak voor mijn tent heerlijk in een plas zitten te spetteren en snateren, het wennen aan het nieuwe matras, de zon die niet echt onder gaat en om 3.00 al volop licht geeft. Ik kan me levendig voorstellen waardoor W.F. Hermans geïnspireerd werd bij het schrijven van z'n roman Nooit Meer Slapen... 

Snel gewassen, de bagage ingepakt en de tent afgebroken waarna wij beginnen aan een stevig fietsersontbijt: muesli, knäckerbröd, diverse jam's (jordbear, bringebear), yoghurt, melk, thee of koffie met of zonder completa, koffie, eitjes, stevige kruimelige broodjes, diverse soorten beleg en fruit (bananen voor de koolhydraten en sinaasappels voor de pitamientjes). De route begint in Göteborg. Er lopen hier veel fietsroutes welke allemaal met blauwe bordjes staan aangegeven. Deze routes volgen vooral de fietspaden die in dit druk bevolkte gebied nog volop aanwezig zijn. Helaas is de route door CT echter drie weken voor onze reis hoofdzakelijk per auto verkend. De fietspaden lopen vaak niet parallel aan de hoofdweg en er zijn veel ongelijke kruisingen, waardoor het steeds een gok is welke kant de hoofdweg op gaat. De eerste twintig kilometer zijn we dan ook druk bezig om de juiste route te zoeken. Gelukkig beschikken velen over een fietscomputer en is de afstand tussen de verschillende afslagen nauwkeurig op de route aangegeven. Het blijkt echter dat niet alle computers even nauwkeurig zijn en er nog wat foutjes in de routebeschrijving zijn geslopen. Daarnaast loopt de route nog ten zuiden van het gebied waarvan ik een gedetailleerde kaart heb, zodat de eerste vijftig kilometers alleen m.b.v. de route beschrijving gefietst moeten worden. We fietsen over een aantal imposante bruggen over de Gota Älv, de Nordre Älv en het fjorden gebied bij Stenungsund. De Tjörnbron is een van de bruggen die het water van het Hakefjord overspannen. We rusten uit bij een terrasje bij de laatste brug en eten de eerste Zweedse gebakjes. Als we willen vertrekken merk ik echter dat mijn band plat is. De eerste lekke band trekt nog veel bekijks en veel tochtgenoten helpen mee met plakken. De route volgt daarna een drukke doorgaande weg (de rijksweg 160) en we vatten daarom het plan op om snel deze weg te verlaten en een alternatieve route te maken. Deze gaat weliswaar op en af, is voor een groot gedeelte onverhard maar blijkt na een uurtje file rijden een grote verademing te zijn. Vlak voor het begin van deze weg krijg ik mijn tweede lekke band. Deze wordt veroorzaakt door een steentje van opzij die de wang van m'n buitenband doorboort. Mijn tweede reserveband knalt ook nog stuk en hierdoor zit ik met een lekke binnen- en een kapotte buitenband. Gelukkig is Henk in de buurt die een binnenbandje afstaat en een stukje canvas uit de reserve set van John herstelt provisorisch de scheur in mijn achterband. Een groot voordeel t.o.v. alleen rijden is dat er altijd wel iemand die het juiste gereedschap bij zich heeft. Twintig kilometer voor het einde begint het zachtjes te regenen. Iedereen doet snel zijn regenkleding aan. Na de laatste tunnel stort het met bakken uit de hemel. Helemaal nat en klam komen we aan bij de Hafstens camping, met drie sterren maar nogal oud en verwaarloosd. Desalniettemin doet de warme douche me na zo'n eerste fietsdag en twee lekke banden goed. 

Maandag 24 juni 2e etappe Uddevalla-Bengtsfors(120 km)

's Ochtends is het opgehouden met regenen, maar de tent moet nat ingepakt worden. Bij Munkedal halen we geld en rijden we een stukje in de verkeerde richting. Langs een mooie weg door een dicht bebost rivierdal komen we weer op de route welke loopt door het Bohuslän en het Dalsland. 
Dit gebied is golvend en wordt voornamelijk voor veeteelt gebruikt. Bij een grote supermarkt in het gehucht Hedekas doen we de eerste inkopen. Al snel worden we geconfronteerd met de schreeuwend dure prijzen en nemen we als echte Hollanders broodjes uit de Tilbund: de uitverkoop. De oude zoete broodjes gaan er in als koek. 
Bij Ed maken we nog een "Kaffee mit Kuchen" stop. Het landschap verandert langzaam, we fietsen door grote uitgestrekte wouden met veel water over glooiende wegen. In het laatste stuk van de route zitten wat langere klimmetjes en uiteindelijk eindigen we na een droge dag op een schone camping van Bengtsfors. Ronnie heeft in Uddevalla een fietsenmaker gevonden die mijn maat achterband (27") in voorraad heeft. De band heeft een breed formaat (35 mm), die ik de volgende dagen nog wel hard nodig zal hebben. We maken 's avonds een wandeling langs het meer, maar helaas komt alles op de geasfalteerde weg uit en zodoende keren we al snel terug. 

Dinsdag 25 juni 3e etappe Bengtsfors-Arvika (145 km)

's Ochtends zijn Ed, Niels, Sebastiaan, Pieter en ik van plan een aantal rotstekeningen ten zuiden van Bengtsfors te bezoeken. We moeten daarvoor wel ongeveer 40 km extra rijden, maar dat hebben we er wel voor over. Het is de gehele dag droog en redelijk zonnig. Bij Högsbyn vinden we ongeveer 10 rotstekeningen (Hällristningar), welke tijdens de prehistorie in de stenen gegraveerd zijn. Nu heeft men ze met rode verf verduidelijkt. Er zijn vele voorstellingen te zien zoals handen (sommige met zes vingers), schepen, dieren, poppetjes en ander op graffiti lijkende voorwerpen. Na een kopje koffie met vers appelgebak bij de beheerder te hebben gehaald stappen we weer op de fiets en vervolgen onze route. Deze loopt door een schitterend gebied met veel onverharde wegen, dichte bossen en korte klimmetjes van maximaal een kilometer lang. We fietsen langs een openlucht toneelvoorstelling met middeleeuwse klederdracht bij Edelskog. Ten noorden van het plaatsje fietsen we de Baljåsen op welke met 301 meter de hoogste heuvel van het Dalsland is, waar we van een weids uitzicht genieten. 

Onderweg worden we door middel van verkeersborden vaak gewaarschuwd voor overstekende elanden en vlak voor het gehucht Bergane betrappen we er een bij het oversteken. Helaas staat het fototoestel niet klaar om haar vast te leggen en is ze snel verdwenen. Bij het Ommeln rijden we weer op de uitgestippelde route. In de buurt van Svanskog rijdt Niels z'n ketting krom (de kettingpons van Pieter doet wonderen) en even later knijpt Pieter z'n remkabel stuk. Hierdoor zit een nog iets langere route (via een pontje en onverhard) er niet meer in en rijden we linea recta naar de camping. 

Woensdag 26 juni rustdag in Arvika

Het regent de hele dag, maar gelukkig is de camping voorzien van een tv-kamer met kachel. Van het geplande fietstochtje in een natuurgebied komt niets terecht, maar de tijd wordt nuttig opgevuld met het herstellen van een in het vliegtuig gescheurde tas, lezen, kaarten en kaarten schrijven. Arend heeft last van zijn knie en bezoekt een dokter. We nemen 's middags de bus naar Arvika en eten daar bij een pizzeria. Het dorp is bekend om zijn beeldhouwkunst en er is een beeld die ons zeer aan spreekt. Pieter, Wouter, Ed en ik verkiezen op de terugweg de benen-wagen boven de bus en lopen door een openluchtmuseum met oude huisjes en molens terug naar de camping (4km). 
 

Zweden

Donderdag 27 juni 4e etappe Arvika - Torsby (98 km)

Het begin van de dag is droog. Na een pauze aan het Gunnern begint het te regenen. De zonnebril (tegen vliegjes) gaat af omdat het zicht nihil wordt. Op een lang onverhard stuk (20 km) begint het steeds harder te regenen, waardoor de lust mij ontbreekt om nog te stoppen. De onverharde weg snijdt kaarsrecht door het dicht beboste landschap en gaat op en af. Zonder pauzes fiets ik samen met Cathy en Petra naar de camping. 
Daar aangekomen is het droog waardoor we snel onze natte plunje kunnen laten drogen. De camping is net als de vorige voorzien van een tv-kamer met keukentje en wc, die we voor ons zelf kunnen gebruiken. 
Niels, Rene, Sebastiaan en Wouter kiezen voor een stuga, een eenvoudig huisje met kookgelegenheid en twee stapelbedden. 

Vrijdag 28 juni 5e etappe Torsby - Kongsvinger (98 km)

Vandaag nemen we afscheid van Zweden en begroeten we Noorwegen. Zweden staat bekend om haar droge klimaat, maar de eerste dagen zijn natter dan voorzien. Een bekende uitspraak in de eerste week is dat het weer minder wordt... 
Het weer doet ons met angst en beven uit zien naar de beruchte bergen en fjorden van Noorwegen. Veel van de pracht zal dan verloren gaan en de wegen zullen zich van hun grimmige kant laten zien. 
Voor de grens stoppen we bij een winkeltje in Östmark en trachten daar onze Zweedse kronen op te maken. Voordat we Zweden tabee zeggen rijden we nog een stukje terug naar een kopergoeve. Deze bestaat uit enkele oude huisjes bij een diep rivierdal met twee groeves. We hebben geen tijd om de grotten diep in te duiken en vervolgen onze weg. Bij het gehucht Lundersæter slaan we links af een zeer steil weggetje in (ongeveer 10% over 1 km). Gelukkig duurt hij niet al te lang maar m'n kleinste kettingblad voor (28 tandjes) moet ik voor het eerst aanspreken. Na deze klim dalen we sterk af over onverharde wegen, waarbij sommige tochtgenoten niet durven te remmen of zelfs hun ogen dicht doen! Geheel ongevaarlijk is deze afdaling niet want Sebastiaan maakt een flinke schuiver met zijn ligfiets. Hij loopt gelukkig slechts enkele schaafwonden op. Bij de grens maken we foto's en houden we een eetpauze. De overige kilometers leggen we gezamenlijk snel af en rond drie uur arriveren we bij de camping. 

Zaterdag 29 juni 6e etappe Kongsvinger - Moelv (137 km)

Het weer is vandaag bar en boos, bijna de gehele dag regent het pijpestelen. De eerste 60 km fietsen we samen "en group". Het op kop rijden is echt beulenwerk, maar er moet eenmaal iemand zijn die dat doet. Bij een school of kazerne schuilen we en eten we een broodje. De Goretex-laag in mijn regenjas helpt niet zo goed als gehoopt: ik ben nat, rillerig en koud. Het stil staan bij pauzes is ook niet bevorderlijk voor de bloedsomloop. De volgende kilometers verlopen eveneens nat en moeizaam. We fietsen langs het Mjosa meer maar van een mooi uitzicht is echter geen sprake. De route loopt dwars door Hamar langs een treinmuseum en een camping (hadden ze daar maar een plek gereserveerd), via een woonwijk op een heuvel. Dan volgt een mooi stukje langs een smal onverhard en modderig weggetje en gaat de route over een weg verboden voor fietsers. De laatste 15 kilometer gaan vals plat omhoog en er komt geen echte afdaling waarna we tenslotte eindigen we in Moelv. Iedereen, de kleren en de tenten zijn nat en daarom trekken we in vier verwarmde hyttes en proberen de tenten een beetje droog te krijgen. Hier horen we het nieuws dat Arend ons gaat verlaten. Zijn onwillige knie heeft hem gedwongen om zijn reis af te breken en hij wordt de volgende dag naar het vliegveld in Oslo gebracht. 

Zondag 30 juni rustdag in Moelv

De hutjes garanderen ons een zeer goede nachtrust, eindelijk is de nacht echt duister en slapen we in zeer comfortabele stapelbedden. De dag verloopt rustig en is een echte rust annex wasdag. Voor alles schoon en droog is, is de dag al bijna voorbij. 's Middags maken we een wandeling naar het verderop gelegen Mjosa meer en het dorpje Moelv. Het bestaat uit een straat met een aantal winkels en een Chinees restaurant. We kopen een ijsje (het weer wordt beter!) en besluiten om toch maar wat restjes van de vorige dag te eten. Enkele anderen gaan naar de Chinees en komen 's avonds hongerig terug. De maaltijden in Noorwegen zijn niet op fietsers berekend, zelfs niet als ze een dag niet gefietst hebben. 
Langs de camping voert die dag de route van een ander roemrijke tocht, Den Store Strykeprøven. Dit is een fietstoertocht waaraan tienduizenden fietsers mee doen en waarbij ze binnen 48 uur 540 km af moeten leggen. Steeds zien wij grote groepen langs komen waarbij opvallend is dat ze de tred er nog goed in hebben ondanks dat ze nog maar 130 km van de finish verwijderd zijn. We sluiten de dag af met een half liter bier van 38 NK (ongeveer 12 florijnen). 

Maandag 1 juli 7e etappe Moelv - Skåbu (125 km)

Deze dag beginnen wij aan onze grote krachtproef: de Noorse bergen. Voor we daarmee starten halen we geld bij het postkantoor in Moelv. De weg gaat een aantal kilometers vals plat omhoog en duikt daarna Lillehamar in. Dit wordt de stad waar de Olympische Winterspelen van 1994 worden gehouden. Tijd om deze plaats beter te bekijken is er niet omdat er nog zware klim kilometers wachten. Het is de eerste "berg" etappe door het gebied van Peer Gynt, een legendarisch figuur die in dit gebied zijn avonturen beleefde. 
We volgen het Gausdal en het Espedal. Langzaam verandert het landschap: de bergen vertonen soms nog een witte kruin, er komen meer watervallen en de wegen worden nog rustiger. Het weer slaat ook om: het blijft droog en het wordt warmer. 
Aan het begin van het Espedal moeten we voor het eerst van de dag flink op de pedalen staan, een vreselijk steil stuk weg dat loodrecht de hemel in gaat knijpt onze adem af. Sommige tochtgenoten beschikken niet over een bergverzet en zijn gedwongen om naar boven te lopen. Na de bocht vlakt de helling wat af en als we boven staan uit te puffen hebben we een grandioos uitzicht op wat ons de volgende dagen staat te wachten: de bergen. Onderweg komen we grote groepen "skilers" tegen. Op ski's met wieltjes zijn ze zich aan het voorbereiden voor het winterseizoen. 
De laatste loodjes wegen het zwaarst en zeker als ze steil omhoog gaan. Enkele kilometers voor de camping stijgt de weg drie kilometer lang met een gemiddeld percentage van tien procent. Uitgeput komt iedereen een voor een aan op de rustige hooggelegen camping (900 meter). Cycletours weet telkens weer zeer mooie plekjes te vinden. Op een andere gast na zijn wij de enige op de camping en het schitterende uitzicht krijg je er gratis bij (nou ja ... je moet er wel wat voor zweten).

 


ligfietsen op de Jotunheimveien 
 
 
 
 
 

 


Jotunheimveien

Dinsdag 2 juli 8e etappe Skåbu - Grindaheim (116 km)

Vandaag trekken we dwars door de oostflank van de Jotunheimen, het hoogste bergmassief in Scandinavië. Voor we dit gebied in trekken brengen we nog een bezoek aan een houten kerkje in het gehucht. Een oud vrouwtje komt met een enorme sleutel tevoorschijn en steekt hem in een niet minder imposant slot. Na het bezichtigen van het kerkje stappen we op de fiets richting de Jotunheimen. 
De Jotunheimvegen is de eerste bomveg (tolweg) die we op de route tegenkomen. In Noorwegen zijn veel tolwegen geen snelwegen, bruggen of lange tunnels maar slecht verharde geitepaadjes. Deze zijn in handen van particulieren die een bijdrage vragen aan de gemotoriseerde gebruikers van de wegen. Als fietser hoef je geen tol te betalen, je betaalt wel onderweg figuurlijk tol. De wegen zijn zo slecht dat alles wat los kan rammelen ook los rammelt en grind dwingt de fietser vaak (al dan niet via een valpartij) te lopen. In de folder van Cycletours wordt gesproken over het makkelijke gebruik van loop-fietsschoenen. Deze schoenen komen zeker van pas bij tolwegen, iedereen heeft namelijk korte of langere stukken lopend moeten afleggen en sommigen spreken al over een loop-fiets vakantie. Tot overmaat van ramp stort een vrachtwagen vers grind voor onze neus waarna wij het grind vast moeten rijden... 

Op de hoogvlakte loopt veel vee los. Diverse koeien, schapen en geiten zijn vaak ongeïnteresseerd voor wat voorbij komt, fietsers zien ze weleens vaker langs komen. Je moet goed opletten als ze in de afdaling midden op de weg gaan staan. 
Op de grindweg trapt Cathy haar ketting kapot, waarbij Pieters kettingpons weer wonderen doet. We hebben even tijd om van het uitzicht te genieten en Rene wilt een foto van wat geiten maken. Deze zijn daar niet van gediend en komen op hem af. Enkele seconden later is de hele weg bedekt met de beesten die alles proberen op te eten, maar een fiets valt hen toch wel iets te zwaar. Op de tolweg komen we een Duitse ATB'er met bepakking tegen, die zeer warm gekleed is (winterjas, muts, lange broek) in schril contrast met ons zomer tenue: korte broek en t-shirt. Het hoogste punt op de weg is 1200 meter hoog en er ligt hier en daar sneeuw genoeg om een paar sneeuwballen te gooien. Boven op het plateau is het ook nog behoorlijk winderig, maar de kou valt reuze mee. Aan het einde van de tolweg na ongeveer 50 km trakteren we ons zelf op een bak koffie met overheerlijk vers appelgebak in het Bygdin Høyfjellshotell. De onverharde weg heeft de pols van Cathy geen goed gedaan. Ze blijft bij het hotel achter en zal met het KAV busje worden opgehaald. Een arts constateert later dat ze een peesschede ontsteking heeft opgelopen welke in het gips moet zodat ze een aantal dagen niet kan fietsen. Wij vervolgen onze weg naar Grindaheim met een mooie lange afdaling met nieuw asfalt waar snelheden boven de vijftig makkelijk te bereiken zijn. De temperatuur stijgt boven de 25 graden celcius zodat de laatste kilometers met ijs geblust moeten worden. Na een steile klim en een onverharde afdaling fietsen we langs het Vangmjøsa om uiteindelijk in Grindaheim te eindigen. 

Petra wordt, nadat ze verdwaald is omdat ze een afslag heeft gemist, laat in de avond opgepikt. Henk klaagt steen en been over de beloofde goed berijdbare aangeplempte leem welke bedekt is met nieuw grind. 
Op de camping verrekt Niels zijn arm zodat hij ook de volgende dag niet kan fietsen. Op de camping zijn er meer ongemakken. Het is van alle gemakken voorzien maar deze zijn na negen uur onbruikbaar! Na een zware dag gaan we daarom vroeg onder zeil. 
 

Ovre Årdal-Turtago

Woensdag 3 juli 9e etappe Grindaheim - Luster (120 km)

's Ochtends word ik m'n tent uitgebrand door een vroege zon. Dit belooft veel goeds voor de komende dag. Het wordt dus een warme dag, maar ook een zware en we gaan daarom extra vroeg weg. We volgen eerst een aantal kilometers het Vangmjøsa. Als de weg het riviertje oversteekt begint deze langzaam te klimmen. Na 22 km slaan we rechtsaf en passeren een mooie waterval. Helaas zit ik in mijn ritme en neem het besluit om geen foto te maken en door te fietsen. De volgende kilometers gaan namelijk steiler omhoog (7%) en uiteindelijk komen we bij een bergmeertje (Tyin meer) aan. Na van 466 tot 1117 meter geklommen te zijn hebben we een schitterend uitzicht op de besneeuwde toppen. We fietsen nog een aantal kilometers langs het meer en over een stuk hoogvlakte waar nog veel sneeuw resten liggen. Vervolgens worden we beloond met een adembenemende afdaling door vele korte onverlichte tunnels. In de tunnels is het koud en druipt het smeltwater naar beneden. Tevens wordt er nog aan de weg gewerkt zodat je met een snelheid van 50 km per uur naar beneden dendert en dan vol in de remmen moet. Grote snelheden worden ook niet bereikt doordat er zeer veel bochten zijn. 
Plotseling duikt het fjord dorpje Ovre Årdal in het zicht en kort daarna bevinden we ons in het plaatsje. We houden er een lange pauze met koffie, sinaasappelsap en zoete broodjes.

op de grindweg 
 


Bomveg: het tolhuisje

Goed gevuld fietsen we door het dorp en plotseling staan we voor het eind van het dal. Een smal weggetje leidt naar boven en het is maar goed dat er een bord Turtago aangegeven staat want anders zou je denken dat het een erf van een inwoner geweest zou zijn. Meteen slingert de weg met korte maar vreselijk steile haarspeldbochten omhoog (meer dan 10%). Ik moet mijn lichtste verzet (28 x 30) aanspreken en probeer zoveel mogelijk de buiten bochten te nemen. Het zweet gutst van mijn voorhoofd en ik heb direct spijt dat ik die heb ingesmeerd met zonnebrandolie. Met brandende ogen en een zwerm vol met vliegen achter mijn zonnebril, in mijn oor en af en toe in mijn mond fiets ik met een snelheid schommelend tussen de acht en de twaalf kilometer per uur omhoog. Met mijn petje probeer ik de lastposten van me af te slaan maar dat helpt weinig. Een sprintje trekken is korte tijd effectief maar dat houd je niet 20 km lang vol. Gelukkig is de steilste passage na 10 km voorbij maar vervolgens daalt de weg een aantal kilometers. Ik ben voorlopig af van de vliegen, de wind zorgt voor afkoeling maar ik verlies hierdoor kostbare hoogte meters! Ik neem nog een foto van een mooie waterval en stap snel weer op de fiets omdat de lastposten zich snel om me heen verzamelen. Plotseling verandert het fraaie asfalt in een weg met grind. De oude geasfalteerde weg is nog te zien maar houdt op sommige plekken op om enkele tientallen meters hoger weer verder te gaan. Het voordeel van zo'n grindweg is dat het niet zo steil is, maar je hebt wel moeite om op de fiets te blijven. Af en toe slipt m'n achterwiel weg en met een gangetje van 6 km per uur balanceer ik voort. Ik heb gelukkig een brede achterband maar vele tochtgenoten zijn gedwongen te lopen. Telkens denk ik dat ik bij de top ben maar dan blijkt dat je achter de verwachte top nog een stuk hoger kan klimmen. Ronnie die vaak een stukje mee fietst moet vandaag de hele etappe fietsen, omdat het Kav busje vol zit. Margriet bestuurt de ziekenboeg en naast haar zitten Niels en Cathy. Het is te merken dat Ronnie een tijdje amateur is geweest want hij is in geen velden of wegen meer te bekennen en we zullen hem pas op de camping terug zien. Uiteindelijk komt er na al het grind weer asfalt en bij een tolhuisje stop ik en wacht op de anderen.


 
richting Turtago 


 
fietsen tussen
sneeuwmuren  
 

Frappant is dat er op deze hoogte veel sneeuw ligt. Nog gekker is dat er schapen los lopen die blijkbaar geen last hebben van de kou. Na een broodje en een rustpauze stap ik samen met de anderen weer op de fiets. De weg gaat nog een stuk omhoog maar is redelijk goed geasfalteerd. Plotseling duiken we een afdaling in. Het lijkt alsof de weg dwars door een sneeuwveld is gehakt en de twee meter hoge sneeuwwanden geven een aparte ervaring. Abrupt houdt de afdaling op en moeten we weer zeer steil klimmen (15%) naar het dak van de fietsvakantie: 1300 meter. De benen protesteren om op te houden en te gaan lopen maar dat kost veel meer energie. Gelukkig duurt dit stuk niet lang en daalt de weg definitief met grote haarspelden naar beneden. In de lucht zien we enkele parapentende mensen uit de lucht vallen. Het is een vreemd gezicht om na zo'n zware berg in het hooggebergte zulke felle kleuren in de lucht te zien. Na een T-splitsing naar links bij het sporthotel Turtago wordt het asfalt zeer mooi en breed. Helaas rijdt er een hooiwagen voor me en kan ik mij niet naar beneden laten storten. Bij het plaatsje Skjolden eten we nog een ijsje voordat we uitgeput na zes en half uur pure fietstijd de laatste tien kilometer langs het fjord naar Luster afleggen. Het zout staat in mijn shirt en met bouillon proberen we onze zoutvoorraad weer op peil te brengen. Magnums en andere ijsjes brengen daarnaast de nodige verkoeling. 

John, Henk en Ria stranden op de klim naar Turtago. Henk heeft wel een miljoen gaatjes in zijn band. Petra trapt haar derailleur kapot en kan zodoende de laatste dalende kilometers niet meer afleggen. Samen worden ze in de namiddag opgehaald door het Kan-Alles-Vervoeren busje. 
 

 

Donderdag 3 juli Rustdag in Luster

Na een vermoeiende dag wordt het een rustige rustdag aan het fjord. Ik had het plan opgevat om deze dag naar een gletsjer te fietsen. Dit zou een tocht van 110 kilometer in houden en dat is na de vorige dag echt te veel van het goede. Tevens weet ik niet precies hoe zwaar het de volgende dagen zal worden en ga daarom voor de afwisseling enkele uren wandelen. Het zandpad loopt dood bij een boerderij en ik keer na wat foto's te hebben gemaakt over dezelfde weg terug. 
Het dorpje Luster stelt niet veel voor en bestaat voornamelijk uit twee supermarkten en een postkantoor. Daarnaast is er nog een oud kerkje, een werkeloze skilift en twee watervallen die het dorpje afbakenen. 
's Avonds houden we een barbecue, eten geroosterde kip en volgens het gerucht rendierenvlees welke later viskoekjes blijken te zijn. De kroeg waar we na het eten naar op zoek gaan blijkt tien kilometer verder te liggen en we kruipen daarom vroeg in de slaapzak. 
 

 
Aurlandsveien 

 
Noorse hoogvlakte

Vrijdag 4 juli 10e etappe Luster - Aurland (114 km) 

Om negen uur verlaten we Luster. De eerste kilometers rijden we langs het fjord. Na 10 kilometer klimt de weg langzaam omhoog om vervolgens door het bos af te dalen naar Hafslo gelegen aan het Veitaströndvatnet. We fietsen bij Sognedal over een zijtak van het fjord, komen langs een openluchtmuseum en een zeer oud staafkerkje en botsen bij Kaupanger op het eind van de weg. Aan de overkant vervolgt deze zijn route zodat we met een veerpontje over gevaren moeten worden. Na een groepsfoto stappen we weer op de fiets en na een aantal kilometers begint de klim het fjord uit. Deze klim is niet echt lastig maar de hitte en de vliegen maken het weer moeilijk. Na een keer gestopt te zijn voor een foto en een verkoeling in een beekje komen honderden vliegen mij gezelschap houden. Daar ik dit niet zo gezellig vindt sprint ik een tiental meters hard omhoog waardoor ik de meerderheid van mijn belagers achter mij laat. Enkele meters later komen er weer een aantal bij zodat ik af en toe een eiwit rijke hap lucht in adem. Bij een meertje, dat zich midden in de sneeuw bevindt, stap ik af om wat voedzamers naar binnen te werken en wat foto's te maken. Vlak voor het meertje haal ik een Deense fietser met bepakking in die iets meer moeite heeft met deze col. Hij slingert van links naar rechts om de helling wat minder steil te maken, maar komt nauwelijks vooruit. 
Het grootste gedeelte van de klim naar 1306 meter door de Hörnadalen zit erop, er volgen nog een tiental kilometers over een besneeuwde hoogvlakte. Fietsen door sneeuwvelden en tussen hoge wanden is op dit traject een waanzinnige maar koude ervaring. Het lijkt op net een diepvries en ik trek daarom maar snel m'n regenjas aan. Dit helpt ook tegen de wind in de mooie en overzichtelijke afdaling. Na een bocht is er opeens weer zo'n fantastisch uitzicht op de loodrechte wanden van de fjorden waar een speciaal Utsiktpunkt is ingericht. De laatste kilometers naar het plaatsje Aurland verlopen snel en een ijsje zorgt voor de dan weer broodnodige verkoeling. 
 

  Aurlandsfjord

Zaterdag 6 juli 11e etappe Aurland - Geilo (111 km) 

's Ochtends is het nog koel omdat de hoge fjorden en de smalle dalen weinig zonlicht door laten. Al klimmende wordt het echter warmer, maar er is deze dag iets waarvan ik de rillingen over mijn rug krijg: tunnels. Op de eerste 40 kilometer door het mooie dal van Aurland (volgens het blad Reizen het mooiste van Noorwegen) zijn er tien stikdonkere tunnels. De eerste is nog kort en de tweede verlicht, maar dan volgen er drie tunnels die lang onverlicht en bochtig zijn maar bovendien stijgen. Ik beschik over een roldynamo met halogeen verlichting maar ik zie (mede door een zonnebril bij de eerste tunnel) bijna niets. Slechts een rood lampje van mijn voorganger laat zien dat er nog geen bocht is. Het vervelende wil echter dat als je onder de tien kilometer per uur rijdt je te weinig energie levert voor je dynamo. Ik schuur in een bocht langs de rand en sta een keer bijna stil. Van achter en van voren hoor ik fietsers als vleermuizen hun signalen verzenden: " help ik sta stil, shit mijn licht doet het niet meer, hobbel, gat, pas op pas op..." 
Na de stijgende tunnels volgen er gelukkig een paar vlakke en zelfs dalende tunnels. Deze zijn met een aantal fietsers beter te doen maar ik heb nog altijd liever een zware col dan een weg met zulke tunnels. Fietsers horen nou eenmaal niet in die donkere holen thuis en het is er ook nog vreselijk koud. Ik ben zelfs blij als zwaar geronk opsteekt ten teken dat er enkele auto's langs komen zodat ik me weer even kan oriënteren waar ik ben en waar ik naar toe ga. 

Onderweg maken we een stop en nemen we bij de berghut Østerbø koffie met een lekkere appeltaart. De laatste tunnel is met 4,2 km de langste en is onverhard. Af en toe glijdt m'n achterwiel weg of hobbel ik weer een kuil door. Gelukkig begeleidt Ronnie ons met groot licht van de KAV bus zodat we ook daar veilig doorheen komen. 
Het schijnt dat deze weg door de tunnels de grote pontloze verbinding tussen Bergen en Oslo wordt. Daar is op dit moment echter nog weinig van te merken. We verlaten definitief het fjorden gebied en komen in een bosrijke omgeving. De laatste klim naar Geilo is druk maar blijkt weinig voor te stellen en voldaan komen we bij de camping aan. Geilo is een wintersportoord met enkele echte kroegen, waar we een Noorse vrijgezellenavond meemaken. We kunnen er weinig van verstaan, maar het is toch gezellig. 
 

 

Zondag 7 juli 12e etappe Geilo - Austbygda (91 km)

Om de gebruikelijke tijd verlaten we het wintersportplaatsje. We beginnen direct met drie klimmetjes tussen de drie en vijf kilometer naar 1100 m op de nuchtere maag. Bij het eerste klimmetje zijn de benen nog zwaar en stijf, maar alras gaat het beter. 
Na de laatste van die klimmetjes drinken we koffie met een specialiteit van de streek: pannekoeken. Vervolgens duiken we met een mooie afdaling naar beneden en voor we aan de laatste klim beginnen eten we een ijsje. De klim is niet zo zwaar en slechts 7 kilometer lang, maar wel warm. Langs de weg staan er veel lege zomerhuisjes en af en toe een huis te koop. We rijden nog een aantal kilometers langs een meer en over een plateau en storten weer naar beneden met een vaart tegen de 70 kilometers per uur. Op deze wegen staan er echter geen bordjes bij haarspeldbochten en soms zie je ze heel laat aankomen. Het is maar goed dat mijn remmen hun werk perfect uitvoeren want anders... 
Het is weer warm, zelfs zo warm dat het asfalt smelt en de steentjes los komen te zitten. De sporadisch langs komende auto's bekogelen ons met grind en het teer blijft aan onze benen, banden en kleren plakken. Op dit traject krijg ik prompt mijn derde lekke band. Zo erg vindt ik het niet omdat we slecht drie kilometer van de camping zijn verwijderd. Het weer en de route zijn mooi en het is pas twee uur in de middag. De weg loopt langs een riviertje dat grote scheuren in het gesteente heeft geslagen, waardoor er geweldig mooie vormen en watervalletjes ontstaan. 
Als ik bij de camping kom ligt iedereen die gearriveerd is al in het water. De ligging is zoals bij zoveel campings magnifiek, midden tussen de bergen en aan een mooi meer Tinnsjø, maar het is er wel vrij druk. Het water is warm, maar ligt vol keien waardoor ik een blessure aan mijn teen oploop. 

Maandag 8 juli Rustdag in Austbygda

Het is van vandaag weer een echte rustdag. Pogingen om aan een kaart van het gebied te komen stranden vanwege het 'grote' assortiment in de winkels. Het dorpje Austbygda bestaat uit een restaurant, een grote camping en een aantal winkeltjes. Aanvankelijk is er enige twijfel over de naam van het gehucht, de route beschrijving vermeldt Bakko terwijl dit op de kaart slechts een huis is. We houden het op Austbygda omdat deze naam ook op het bonnetje van de supermarkt vermeld wordt. Bakko is echter ook toepasselijk voor het weer: Bakken in Bakko. Een benzinepomp is slechts in het bezit van een atlas, die echter iets groot is om in mijn kaartvak te plaatsen. De was wordt gedaan, banden geplakt en 's middags maak ik een wandeling van twee uur naar Mårem. Een pad voert mij dwars door een bos boven het meer, maar houdt ongemerkt op. Van boom tot boom kruipend lukt het mij om de geasfalteerde weg te bereiken. Met de fiets is dat wel fijn, maar gedwongen door het drukke verkeer besluit ik al snel om een paadje op te zoeken. Dit leidt naar een aardig riviertje met vele rotsblokken. Op de terugweg kom ik Pieter in gezelschap van een collega tegen die ook het hoge noorden heeft opgezocht en een aantal dagen op dezelfde camping zou verblijven. 's Avonds eten wij bij het plaatselijke restaurantje een goede maaltijd. Zoals gewoonlijk is het echter te weinig en moeten we weer wat bijbestellen. 

Dinsdag 9 juli 13e etappe Austbygda - Åmot (95 km)

De weg begint langs het meer en wordt nog hersteld waardoor er enkele grote stukken nog vol grind liggen. Na alle avonturen van de afgelopen dagen is dit echter een peuleschil en al snel naderen we het plaatsje Rjukan. Het plaatsje wordt overschaduwd door een grote berg die het hoogst in deze omgeving is (Gausta toppen 1880 m) en precies op een vulkaan lijkt. In het plaatsje drinken we wat koffie en koopt Niels kogeltjes voor zijn naaf in een goed gesorteerde Intersport winkel. Bij een wegwijzer maken we wat foto's van twee trollen. Trollen zijn het nationale symbool van de Scandinavische landen en zijn het toonbeeld van het wat terug getrokken karakter van haar inwoners. Rjukan is ook bekend om een centrale waar men zwaar water produceerde en die tijdens de tweede wereldoorlog door het verzet is opgeblazen. 

Al klimmend verlaten we Rjukan, fietsen langs een in een kloof liggende waterkrachtcentrale en door een half open gewerkte galerij. Boven gekomen verandert plotseling het weer, het wordt donker en enkele regenbuien maken het toch nog zwaar. Als we de Mosvassdammen (1004 m) passeren zien we op de achtergrond het machtige bergmassief Hardangervidda liggen. Helaas kunnen we er alleen langs fietsen, want het is nu nog het domein voor wandelaars en ATB'ers. Ook hier zijn ze bezig met wegwerkzaamheden en de wegen zijn op de flanken van de hoogvlakte een stuk rechter dan in andere gedeeltes van Noorwegen. 
De groene frisheid van de flora en de woeste afgeplatte bergen met een witte kruin gehuld in een mysterieus wolkendek scheppen een indrukwekkend uitzicht. Vanuit een restaurant waar we een kop koffie drinken hebben we een panoramisch beeld op het gebergte. Een enkele keer laat de donder zich horen en als het wat minder regent stappen we weer op de fiets. Onderweg begint het weer te druppelen en behoorlijk nat komen we aan bij de camping. Enkele tochtgenoten kiezen voor de luxe van een hut maar ik kan de tent nog droog opzetten en besluit om daar te overnachten. 
's Avonds maken we een wandeling door een moerassig gebied waar we bij een meer de zonsondergang op de foto nemen. Onderweg ontmoeten we onze Hollandse buurman die zich afvraagt waar wij de energie vandaan halen om na een fietstocht nog te gaan wandelen. Zelfs voor dit kleine stukje heeft hij de auto gepakt. 

Woensdag 10 juli 14e etappe Åmot - Drangedal (126 km)

We verlaten 's ochtends Åmot en dalen af naar Dalen. Na dalen komt stijgen en moeten we flink op de pedalen staan. Met haarspelden draait de weg naar boven en een bordje geeft 12 % aan. Ronnie heeft aan het begin van route gezegd dat de weg vrij vlak is, maar ik denk dat hij bedoeld dat het gemiddeld vlak is. We zitten nu midden in het Telemark gebied en dat betekent donkere bossen doorsneden door kanalen en ander water. Het waait behoorlijk maar we hebben gelukkig wind mee. Deze is echter verraderlijk want na een klim denk je lekker je fiets uit te kunnen laten bollen, maar soms staat de wind dan juist pal op kop en wordt de afdaling zwaarder dan de klim! 
In het dorpje Steane is het een drukte van belang. Er wordt een belangrijk persoon uit het dorp begraven. Alle vlaggen hangen half stok en er staat een file met auto's. We kunnen er echter wel langs en fietsen eerbiedig voorbij. 
Na het dorpje moeten we weer een aantal hoogtemeters overbruggen en in de afdaling verbreek ik mijn snelheidsrecord: 70 km per uur. Bij een winkel vul ik mijn stuurtas met de nodige koolhydraten en vocht. Bij een schitterend en rustig plekje aan een riviertje houden we een half uur pauze. Door de wind komen we daarna al snel op de camping en ik haal daardoor de hoogste gemiddelde snelheid (27 km/uur) van de vakantie. 
Op de camping verblijft ook een Duitser die in zijn eentje door Noorwegen trekt. Hij vindt het met bepakking behoorlijk zwaar en zal na Drangedal richting Kristiansand rijden. 's Avonds maken we onze traditionele wandeling door een bos. 

Donderdag 11 juli 15e etappe Drangedal-Holmestrand (130 km)

Het is vandaag zeer warm. In Oslo schijnt het deze dag het warmste in Europa te zijn. De route is zeer zwaar, het is continu stijgen en dalen. Er zijn geen lange beklimmingen, maar het steeds op en neer gaan van de weg frustreert het ritme. Dit is de perfecte interval training: de afdalingen zijn net te kort om de volgende helling te halen en je valt daardoor stil met een te grote versnelling. Het is net alsof je steeds weer stil staat en moet optrekken. Daarnaast zijn mijn benen stijf en krijg ik ze door die hellingen niet soepel. De temperatuur stijgt boven de dertig graden en ik verbruik liters vocht. De route gaat dwars door Skien en buiten het plaatsje stijgt de weg flink. Ik neem het steile fietspad maar deze houdt plotseling op waardoor ik toch moet afstappen. Een wijze raad: neem nooit het fietspad in Noorwegen want het komt nooit goed uit. Boven op de helling is een restaurant gevestigd dat beheerd wordt door een Noorse die in Nederland gewerkt heeft, die nog perfect Nederlands spreekt en waar wij weer overheerlijk gebak eten. 
De route volgt drukke wegen en ik word herhaaldelijk door het verkeer gesneden. De vloeken zijn waarschijnlijk niet aan hen besteed omdat ze het toch niet verstaan, maar het lucht wel op. Bij een winkeltje waar we wat inkopen doen staat een telefooncel waar gratis gebeld kan worden. Hiervan wordt gretig gebruik gemaakt. 
Petra knijpt plotseling haar rem kapot en moet de laatste 30 km met alleen haar achterrem afleggen. Die laatste kilometers gaan weliswaar over smalle rustige wegen maar zijn af en toe zeer steil. Gelukkig brengen bomen in het bos wat verkoeling en de laatste kilometers worden met veel moeite afgelegd. Vlak voor de camping kom ik door onoplettendheid en los grind ten val. Ik loop gelukkig slechts enkele schaafwonden op en kom met de schrik vrij. Op de camping zoeken we een tijdje naar het bekende oranje zeil en het vrachtwagentje. Het blijkt zeer druk te zijn zodat we een mooi veld aan het strand hebben toegewezen gekregen. Door jongeren uit de omgeving die met motoren en scheurende jeeps de buurt onveilig maken voelen we ons niet geheel op ons gemak. We zetten daarom alle fietsen tegen elkaar en verbinden deze met vele kettingen. 

Vrijdag 12 juli 16e etappe Holmestrand - Oslo (116 km)

Er is 's nachts niets met de fietsen gebeurd en we kunnen met een gerust hart de laatste etappe afleggen. Tijdens de eerste 50 km is het droog en ze worden snel afgelegd. Bij het dorpje Selvik nemen we de pont over het Drammensfjord. Als we aan de overkant zijn begint het plots te hozen. De laatste 60 km moeten we in de druilerige regen afleggen. De route volgt de weg langs het Olsofjord. De laatste kilometers zijn vreselijk lastig: dwars door Oslo met druk verkeer en af en toe een fout in de routebeschrijving. Nat geregend en toch wel behoorlijk moe eindigen we bij de zeer grote moderne camping (Bogstad). 
We verpakken de fietsen in dozen waarna Ronnie ze naar het vliegveld wegbrengt. Op de camping ontmoeten we twee Nederlanders die ongeveer dezelfde route hebben gereden (maar wel met bepakking) op nieuwe Gazelle Randonneurs. De zware tocht zit er voor ons op en de volgende dagen worden besteed aan sight seeing. 
's Avonds hebben we het afscheidsdiner in Frascati, een zeer luxe restaurant waar wij in onze vakantiekleding tussen de zakenlieden in drie delig grijs zitten. Een lekker diner waar we traditie getrouw eten moeten bijbestellen in een wat verkeerde entourage is een waardige afsluiting van de reis. Toch wat hongerig vullen we onze magen bij Mac Donalds vol en keren we om 2:00 met een vip taxi naar de camping terug. 

Zaterdag 13 juli Oslo

's Ochtends nemen we afscheid van Ronnie en Margriet. Zij gaan Göteborg om de volgende reis te begeleiden en de hele route weer opnieuw af te leggen. Dat zit er voor ons niet in, maar vandaag rest nog een volle dag Oslo. 
De binnenstad van Oslo is zeer modern. We brengen hier een bezoek aan de 'gezellige' haven, het slot, een overdekt centrum en het Vigeland park. Dit is een wereldberoemd beelden park met zeer anatomisch realistische menselijke figuren. De voorstellingen doen echter nogal bizar aan. De beelden stralen veel kracht uit maar doen soms een beetje denken aan de beelden in het voormalige oost blok. Vooral de monoliet is indrukwekkend welke bestaat uit een kluwen van mensen. 
In de gezellige winkelstraat "Karl Johan" staan tot 's avonds laat stalletjes en artiesten. We bekijken en kopen stenen, kleien, houten en metalen trollen die in verschillende vormen staan uitgestald in de winkels. 's Avonds eten we bij een pizzeria. Dit is een populaire eettent, want de mensen staan te dringen voor een tafeltje en wij worden niet geheel correct bediend. We drinken daarna nog wat in een benauwd studentencafe (ik ben de enige student) en gaan 's avonds met de taxi terug naar de camping. 

Zondag 14 juli Oslo-Amsterdam

Ik word 's ochtends gewekt door ritmische tikken op het zeil, het regent. De reis eindigt zoals ze begonnen is, nat dus. Na een ontbijt in het restaurant brengen wij de dag door met wachten, krant lezen en tv kijken in de luxe hyttes. 
's Middags nemen wij de taxi naar het vliegveld. Bij de douane wordt bijna iedereen onderzocht omdat ze opvallende metalen voorwerpen in hun tas vervoeren. Om het overgewicht te drukken heeft namelijk iedereen zijn pedalen in de handbagage gestopt waardoor de apparatuur van de douane meteen gaat piepen alsof er bommen meegesmokkeld worden. 
De vliegreis verloopt rustig en gelukkig zonder tussenlandingen. In enkele uren staan we op Schiphol. De expeditie naar het hoge Noorden zit erop maar er zijn redenen genoeg om nog eens terug te keren! 

 


reacties:Luddo Oh © 1997